Thuiswerken wordt steeds populairder. Als jij wel eens thuis werkt, is het belangrijk om een goede werkplek te hebben. Het gaat hierbij niet alleen om een goede bureaustoel en dat je monitor op de juiste hoogte staat. Je moet ook zorgen dat je vaak pauze neemt en af en toe een andere positie aanneemt. Wij leggen je uit hoe je de perfecte werkplek thuis bouwt.

1. licht en temperatuur

Thuiswerken klinkt heerlijk. Aan de keukentafel, koffie erbij, poes op schoot en ‘s avonds nog even wat mails wegwerken met een glas rode wijn erbij. Leuk idee voor een dagje, maar als je vaker thuis gaat werken heb je natuurlijk wel de juiste temperatuur nodig. Wanneer je normaal op je werk zit en geen verwarming aan hoeft, heb je dat nu wel. Houdt hier rekening mee. Daarnaast moet je ervoor zorgen dat er genoeg daglicht binnen komt. De hele dag werken met kunstlicht is vermoeiend voor je ogen.

2. Sta-bureau

Als je vaak thuis wilt gaan werken is een sta-bureau wellicht een idee. Zo kun je afwisselen tussen zitten en staan. Uit recent onderzoek is gebleken dat werknemers in de rechtopstaande uren op kantoor effectiever benutten. Daarnaast is het natuurlijk ook beter voor je rug en houding.

3. Monitor

Een monitor moet ongeveer 50 tot 70 centimeter voor je staan en de bovenkant van je beeldscherm moet in een rechte lijn met je ogen staan. Daarnaast kun je de helderheid van het scherm aanpassen. Door het beeldscherm de loop van de dag donkerder te maken worden je ogen minder snel vermoeid. Dit kun je ook doen door de blauwe tinten weg te halen.

4. De 20-20-20 regel

Om vermoeide ogen en een stijve nek te voorkomen is er de 20-20-20 regel. Na elke twintig minuten staren naar je beeldscherm moet je twintig seconden uit het raam staren naar een object dat tenminste 6 meter van je weg is.

5. Nieuwe dingen leren

Om fysieke klachten te reduceren kun je jezelf ook nieuwe dingen aanleren. Als je nog niet kunt typen met tien vingers, kun je dit leren via verschillende online programma’s. Een andere handige tip is om jezelf te leren je muis te kunnen bedienen met beide handen. In het begin is het misschien wat onwennig, maar na een week zijn de meeste mensen in staat om te wisselen tussen links en rechts. Op deze manier belast je de pols van je favoriete muishand een stukje minder.